pleiten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of pleiten

The word "pleiten" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: pleiten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: pleitend
Past participle - Verleden deelwoord: gepleit

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikpleit
jijpleit
hijpleit
wijpleiten
julliepleiten
zijpleiten

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gepleit
jijhebt gepleit
hijheeft gepleit
wijhebben gepleit
julliehebben gepleit
zijhebben gepleit

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikpleitte
jijpleitte
hijpleitte
wijpleitten
julliepleitten
zijpleitten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gepleit
jijhad gepleit
hijhad gepleit
wijhadden gepleit
julliehadden gepleit
zijhadden gepleit

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal pleiten
jijzult pleiten
hijzal pleiten
wijzullen pleiten
julliezullen pleiten
zijzullen pleiten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gepleit hebben
jijzult gepleit hebben
hijzal gepleit hebben
wijzullen gepleit hebben
julliezullen gepleit hebben
zijzullen gepleit hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou pleiten
jijzou pleiten
hijzou pleiten
wijzouden pleiten
julliezouden pleiten
zijzouden pleiten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gepleit hebben
jijzou gepleit hebben
hijzou gepleit hebben
wijzouden gepleit hebben
julliezouden gepleit hebben
zijzouden gepleit hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijpleit

Verbs similar to 'pleiten'

Translations

  • plead, to present an argument
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch pleiten, from Old French plaider, with t under influence of the noun pleit (modern pleit). See: Old French 'plaider'.

    Additional Information