opschroeven – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of opschroeven

The word "opschroeven" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: opschroeven
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: opschroevend
Past participle - Verleden deelwoord: opgeschroefd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikschroef op
jijschroeft op
hijschroeft op
wijschroeven op
jullieschroeven op
zijschroeven op

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb opgeschroefd
jijhebt opgeschroefd
hijheeft opgeschroefd
wijhebben opgeschroefd
julliehebben opgeschroefd
zijhebben opgeschroefd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikschroefde op
jijschroefde op
hijschroefde op
wijschroefden op
jullieschroefden op
zijschroefden op

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad opgeschroefd
jijhad opgeschroefd
hijhad opgeschroefd
wijhadden opgeschroefd
julliehadden opgeschroefd
zijhadden opgeschroefd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal opschroeven
jijzult opschroeven
hijzal opschroeven
wijzullen opschroeven
julliezullen opschroeven
zijzullen opschroeven

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal opgeschroefd hebben
jijzult opgeschroefd hebben
hijzal opgeschroefd hebben
wijzullen opgeschroefd hebben
julliezullen opgeschroefd hebben
zijzullen opgeschroefd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou opschroeven
jijzou opschroeven
hijzou opschroeven
wijzouden opschroeven
julliezouden opschroeven
zijzouden opschroeven

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou opgeschroefd hebben
jijzou opgeschroefd hebben
hijzou opgeschroefd hebben
wijzouden opgeschroefd hebben
julliezouden opgeschroefd hebben
zijzouden opgeschroefd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijschroef op

Verbs conjugated like 'opschroeven'

aanrijven, aanschroeven, aanwuiven, afproeven, afrijven, afschroeven, aftroeven, afverven, bedroeven, behoeven, believen, dalven, derven, dieven, erven, fuiven, garven, gerieven, golven, hoeven, etc. (List truncated at 20 verbs)

Verbs similar to 'opschroeven'

Translations

  • accrue, increase
  • increase, increase
  • up, increase
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Additional Information