ontbloten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of ontbloten

The word "ontbloten" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: ontbloten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: ontblotend
Past participle - Verleden deelwoord: ontbloot

Cognates

See the 3 cognates of ontbloten

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikontbloot
jijontbloot
hijontbloot
wijontbloten
jullieontbloten
zijontbloten

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb ontbloot
jijhebt ontbloot
hijheeft ontbloot
wijhebben ontbloot
julliehebben ontbloot
zijhebben ontbloot

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikontblootte
jijontblootte
hijontblootte
wijontblootten
jullieontblootten
zijontblootten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad ontbloot
jijhad ontbloot
hijhad ontbloot
wijhadden ontbloot
julliehadden ontbloot
zijhadden ontbloot

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal ontbloten
jijzult ontbloten
hijzal ontbloten
wijzullen ontbloten
julliezullen ontbloten
zijzullen ontbloten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal ontbloot hebben
jijzult ontbloot hebben
hijzal ontbloot hebben
wijzullen ontbloot hebben
julliezullen ontbloot hebben
zijzullen ontbloot hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou ontbloten
jijzou ontbloten
hijzou ontbloten
wijzouden ontbloten
julliezouden ontbloten
zijzouden ontbloten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou ontbloot hebben
jijzou ontbloot hebben
hijzou ontbloot hebben
wijzouden ontbloot hebben
julliezouden ontbloot hebben
zijzouden ontbloot hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijontbloot

Verbs conjugated like 'ontbloten'

aanpraten, baten, begroten, bepraten, haten, ompraten, praten, vergroten, zweten,

Verbs similar to 'ontbloten'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Inherited from Middle Dutch ontblôten. Equivalent to ont- (“inchoative prefix”) + bloten (“to expose, make naked”).

Verbs referencing "ontbloten"

Swedish blotta.

Additional Information