knabbelen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of knabbelen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: knabbelen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: knabbelend
Past participle - Verleden deelwoord: geknabbeld

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikknabbel
jijknabbelt
hijknabbelt
wijknabbelen
jullieknabbelen
zijknabbelen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geknabbeld
jijhebt geknabbeld
hijheeft geknabbeld
wijhebben geknabbeld
julliehebben geknabbeld
zijhebben geknabbeld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikknabbelde
jijknabbelde
hijknabbelde
wijknabbelden
jullieknabbelden
zijknabbelden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geknabbeld
jijhad geknabbeld
hijhad geknabbeld
wijhadden geknabbeld
julliehadden geknabbeld
zijhadden geknabbeld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal knabbelen
jijzult knabbelen
hijzal knabbelen
wijzullen knabbelen
julliezullen knabbelen
zijzullen knabbelen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geknabbeld hebben
jijzult geknabbeld hebben
hijzal geknabbeld hebben
wijzullen geknabbeld hebben
julliezullen geknabbeld hebben
zijzullen geknabbeld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou knabbelen
jijzou knabbelen
hijzou knabbelen
wijzouden knabbelen
julliezouden knabbelen
zijzouden knabbelen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geknabbeld hebben
jijzou geknabbeld hebben
hijzou geknabbeld hebben
wijzouden geknabbeld hebben
julliezouden geknabbeld hebben
zijzouden geknabbeld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijknabbel

Translations

  • nibble, eat with small bites
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    kauwen
    bijten, knagen, knauwen
    peuzelen
    eten, happen, snaaien
    smikkelen
    kluiven, peuzelen, smullen, snoepen

    Sample Sentences

    • De eekhoorn knabbelde op een nootje. (The squirrel was nibbling on a nut.)

    Etymology

    Compare German knabbern (“to nibble”). Both could ultimately be from Proto-Indo-European *gnet- (“to press”), or imitative. See: German, old spelling 'knabbern'.

    Verbs referencing "knabbelen"

    German, old spelling knabbern.

    Additional Information