knibbelen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of knibbelen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: knibbelen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: knibbelend
Past participle - Verleden deelwoord: geknibbeld

Cognates

See the 2 cognates of knibbelen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikknibbel
jijknibbelt
hijknibbelt
wijknibbelen
jullieknibbelen
zijknibbelen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geknibbeld
jijhebt geknibbeld
hijheeft geknibbeld
wijhebben geknibbeld
julliehebben geknibbeld
zijhebben geknibbeld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikknibbelde
jijknibbelde
hijknibbelde
wijknibbelden
jullieknibbelden
zijknibbelden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geknibbeld
jijhad geknibbeld
hijhad geknibbeld
wijhadden geknibbeld
julliehadden geknibbeld
zijhadden geknibbeld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal knibbelen
jijzult knibbelen
hijzal knibbelen
wijzullen knibbelen
julliezullen knibbelen
zijzullen knibbelen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geknibbeld hebben
jijzult geknibbeld hebben
hijzal geknibbeld hebben
wijzullen geknibbeld hebben
julliezullen geknibbeld hebben
zijzullen geknibbeld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou knibbelen
jijzou knibbelen
hijzou knibbelen
wijzouden knibbelen
julliezouden knibbelen
zijzouden knibbelen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geknibbeld hebben
jijzou geknibbeld hebben
hijzou geknibbeld hebben
wijzouden geknibbeld hebben
julliezouden geknibbeld hebben
zijzouden geknibbeld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijknibbel

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From Middle Dutch knibbelen. A variant of knabbelen, influenced by kibbelen.

Verbs referencing "knibbelen"

English nibble.

Additional Information