kandideren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of kandideren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: kandideren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: kandiderend
Past participle - Verleden deelwoord: gekandideerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikkandideer
jijkandideert
hijkandideert
wijkandideren
julliekandideren
zijkandideren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gekandideerd
jijhebt gekandideerd
hijheeft gekandideerd
wijhebben gekandideerd
julliehebben gekandideerd
zijhebben gekandideerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikkandideerde
jijkandideerde
hijkandideerde
wijkandideerden
julliekandideerden
zijkandideerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gekandideerd
jijhad gekandideerd
hijhad gekandideerd
wijhadden gekandideerd
julliehadden gekandideerd
zijhadden gekandideerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal kandideren
jijzult kandideren
hijzal kandideren
wijzullen kandideren
julliezullen kandideren
zijzullen kandideren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gekandideerd hebben
jijzult gekandideerd hebben
hijzal gekandideerd hebben
wijzullen gekandideerd hebben
julliezullen gekandideerd hebben
zijzullen gekandideerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou kandideren
jijzou kandideren
hijzou kandideren
wijzouden kandideren
julliezouden kandideren
zijzouden kandideren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gekandideerd hebben
jijzou gekandideerd hebben
hijzou gekandideerd hebben
wijzouden gekandideerd hebben
julliezouden gekandideerd hebben
zijzouden gekandideerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijkandideer

Translations

  • run, to be a candidate in an election
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • Ze kandideerde zich voor de positie van burgermeester. (She nominated herself as candidate for the position of mayor.)
    • De partij wil hem niet kandideren. (The party does not want to nominate him as candidate.)
    • Ik wil niet kandideren. (I do not want to nominate [myself] as candidate.)

    Etymology

    From German kandidieren. By surface analysis, kandidaat + -eren. See: German, old spelling 'kandidieren'.

    Additional Information