kalven – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of kalven

The word "kalven" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: kalven
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: kalvend
Past participle - Verleden deelwoord: gekalfd

Cognates

See the 4 cognates of kalven

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikkalf
jijkalft
hijkalft
wijkalven
julliekalven
zijkalven

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gekalfd
jijhebt gekalfd
hijheeft gekalfd
wijhebben gekalfd
julliehebben gekalfd
zijhebben gekalfd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikkalfde
jijkalfde
hijkalfde
wijkalfden
julliekalfden
zijkalfden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gekalfd
jijhad gekalfd
hijhad gekalfd
wijhadden gekalfd
julliehadden gekalfd
zijhadden gekalfd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal kalven
jijzult kalven
hijzal kalven
wijzullen kalven
julliezullen kalven
zijzullen kalven

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gekalfd hebben
jijzult gekalfd hebben
hijzal gekalfd hebben
wijzullen gekalfd hebben
julliezullen gekalfd hebben
zijzullen gekalfd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou kalven
jijzou kalven
hijzou kalven
wijzouden kalven
julliezouden kalven
zijzouden kalven

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gekalfd hebben
jijzou gekalfd hebben
hijzou gekalfd hebben
wijzouden gekalfd hebben
julliezouden gekalfd hebben
zijzouden gekalfd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijkalf

Verbs similar to 'kalven'

Translations

  • calve, to give birth to a calf
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Verbs referencing "kalven"

    English calve.

    Additional Information