grinden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of grinden

The word "grinden" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: grinden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: grindend
Past participle - Verleden deelwoord: gegrind

Cognates

See the 2 cognates of grinden

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikgrind
jijgrindt
hijgrindt
wijgrinden
julliegrinden
zijgrinden

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gegrind
jijhebt gegrind
hijheeft gegrind
wijhebben gegrind
julliehebben gegrind
zijhebben gegrind

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikgrindde
jijgrindde
hijgrindde
wijgrindden
julliegrindden
zijgrindden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gegrind
jijhad gegrind
hijhad gegrind
wijhadden gegrind
julliehadden gegrind
zijhadden gegrind

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal grinden
jijzult grinden
hijzal grinden
wijzullen grinden
julliezullen grinden
zijzullen grinden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gegrind hebben
jijzult gegrind hebben
hijzal gegrind hebben
wijzullen gegrind hebben
julliezullen gegrind hebben
zijzullen gegrind hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou grinden
jijzou grinden
hijzou grinden
wijzouden grinden
julliezouden grinden
zijzouden grinden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gegrind hebben
jijzou gegrind hebben
hijzou gegrind hebben
wijzouden gegrind hebben
julliezouden gegrind hebben
zijzouden gegrind hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijgrind

Verbs similar to 'grinden'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Borrowed from English grind. See: English 'grind'.

Verbs referencing "grinden"

English grind.

Additional Information