gerven – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of gerven

The word "gerven" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: gerven
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: gervend
Past participle - Verleden deelwoord: gerfd

Cognates

See the 3 cognates of gerven

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikgerf
jijgerft
hijgerft
wijgerven
julliegerven
zijgerven

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gerfd
jijhebt gerfd
hijheeft gerfd
wijhebben gerfd
julliehebben gerfd
zijhebben gerfd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikgerfde
jijgerfde
hijgerfde
wijgerfden
julliegerfden
zijgerfden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gerfd
jijhad gerfd
hijhad gerfd
wijhadden gerfd
julliehadden gerfd
zijhadden gerfd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal gerven
jijzult gerven
hijzal gerven
wijzullen gerven
julliezullen gerven
zijzullen gerven

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gerfd hebben
jijzult gerfd hebben
hijzal gerfd hebben
wijzullen gerfd hebben
julliezullen gerfd hebben
zijzullen gerfd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou gerven
jijzou gerven
hijzou gerven
wijzouden gerven
julliezouden gerven
zijzouden gerven

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gerfd hebben
jijzou gerfd hebben
hijzou gerfd hebben
wijzouden gerfd hebben
julliezouden gerfd hebben
zijzouden gerfd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijgerf

Verbs similar to 'gerven'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From Middle Dutch gerwen, from Old Dutch *gerwen, from Proto-Germanic *garwijaną. See: Proto-Germanic '*garwijaną'.

Verbs referencing "gerven"

Luxembourgish gierwen, Danish garve.

Additional Information