galpen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of galpen

The word "galpen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: galpen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: galpend
Past participle - Verleden deelwoord: gegalpt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikgalp
jijgalpt
hijgalpt
wijgalpen
julliegalpen
zijgalpen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gegalpt
jijhebt gegalpt
hijheeft gegalpt
wijhebben gegalpt
julliehebben gegalpt
zijhebben gegalpt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikgalpte
jijgalpte
hijgalpte
wijgalpten
julliegalpten
zijgalpten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gegalpt
jijhad gegalpt
hijhad gegalpt
wijhadden gegalpt
julliehadden gegalpt
zijhadden gegalpt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal galpen
jijzult galpen
hijzal galpen
wijzullen galpen
julliezullen galpen
zijzullen galpen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gegalpt hebben
jijzult gegalpt hebben
hijzal gegalpt hebben
wijzullen gegalpt hebben
julliezullen gegalpt hebben
zijzullen gegalpt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou galpen
jijzou galpen
hijzou galpen
wijzouden galpen
julliezouden galpen
zijzouden galpen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gegalpt hebben
jijzou gegalpt hebben
hijzou gegalpt hebben
wijzouden gegalpt hebben
julliezouden gegalpt hebben
zijzouden gegalpt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijgalp

Verbs similar to 'galpen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "galpen"

English gulp, English galp.

Additional Information