forceren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of forceren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: forceren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: forcerend
Past participle - Verleden deelwoord: geforceerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikforceer
jijforceert
hijforceert
wijforceren
jullieforceren
zijforceren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geforceerd
jijhebt geforceerd
hijheeft geforceerd
wijhebben geforceerd
julliehebben geforceerd
zijhebben geforceerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikforceerde
jijforceerde
hijforceerde
wijforceerden
jullieforceerden
zijforceerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geforceerd
jijhad geforceerd
hijhad geforceerd
wijhadden geforceerd
julliehadden geforceerd
zijhadden geforceerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal forceren
jijzult forceren
hijzal forceren
wijzullen forceren
julliezullen forceren
zijzullen forceren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geforceerd hebben
jijzult geforceerd hebben
hijzal geforceerd hebben
wijzullen geforceerd hebben
julliezullen geforceerd hebben
zijzullen geforceerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou forceren
jijzou forceren
hijzou forceren
wijzouden forceren
julliezouden forceren
zijzouden forceren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geforceerd hebben
jijzou geforceerd hebben
hijzou geforceerd hebben
wijzouden geforceerd hebben
julliezouden geforceerd hebben
zijzouden geforceerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijforceer

Translations

  • coerce, to use force, threat, or intimidation in attempt to compel one to act against their will
  • coerce, to force an attribute, normally of a data type, to take on the attribute of another data type
  • force, cause to occur, overcoming resistance
  • induce, to cause; persuade; force
  • strain, to apply a force
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    afdwingen
    doordrijven
    openbreken
    verbreken

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch frotseren, from Old French forcer.

    Verbs referencing "forceren"

    Afrikaans forseer.

    Additional Information