examineren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of examineren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: examineren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: examinerend
Past participle - Verleden deelwoord: geëxamineerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikexamineer
jijexamineert
hijexamineert
wijexamineren
jullieexamineren
zijexamineren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geëxamineerd
jijhebt geëxamineerd
hijheeft geëxamineerd
wijhebben geëxamineerd
julliehebben geëxamineerd
zijhebben geëxamineerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikexamineerde
jijexamineerde
hijexamineerde
wijexamineerden
jullieexamineerden
zijexamineerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geëxamineerd
jijhad geëxamineerd
hijhad geëxamineerd
wijhadden geëxamineerd
julliehadden geëxamineerd
zijhadden geëxamineerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal examineren
jijzult examineren
hijzal examineren
wijzullen examineren
julliezullen examineren
zijzullen examineren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geëxamineerd hebben
jijzult geëxamineerd hebben
hijzal geëxamineerd hebben
wijzullen geëxamineerd hebben
julliezullen geëxamineerd hebben
zijzullen geëxamineerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou examineren
jijzou examineren
hijzou examineren
wijzouden examineren
julliezouden examineren
zijzouden examineren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geëxamineerd hebben
jijzou geëxamineerd hebben
hijzou geëxamineerd hebben
wijzouden geëxamineerd hebben
julliezouden geëxamineerd hebben
zijzouden geëxamineerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijexamineer

Translations

  • examine, to determine the aptitude, skills or qualifications of someone by subjecting them to an examination
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch examineren, from Old French examiner, from Latin exāminō. Equivalent to examen + -eren, based on the oblique stem of the Latin exāmen, exāminis. Compare tentamineren. See: Old French 'examiner', Latin 'exāminō'.

    Additional Information