drijten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of drijten

The word "drijten" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: drijten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: drijtend
Past participle - Verleden deelwoord: gedrijt

Cognates

See the 3 cognates of drijten

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdrijt
jijdrijt
hijdrijt
wijdrijten
julliedrijten
zijdrijten

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gedrijt
jijhebt gedrijt
hijheeft gedrijt
wijhebben gedrijt
julliehebben gedrijt
zijhebben gedrijt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdrijtte
jijdrijtte
hijdrijtte
wijdrijtten
julliedrijtten
zijdrijtten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gedrijt
jijhad gedrijt
hijhad gedrijt
wijhadden gedrijt
julliehadden gedrijt
zijhadden gedrijt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal drijten
jijzult drijten
hijzal drijten
wijzullen drijten
julliezullen drijten
zijzullen drijten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gedrijt hebben
jijzult gedrijt hebben
hijzal gedrijt hebben
wijzullen gedrijt hebben
julliezullen gedrijt hebben
zijzullen gedrijt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou drijten
jijzou drijten
hijzou drijten
wijzouden drijten
julliezouden drijten
zijzouden drijten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gedrijt hebben
jijzou gedrijt hebben
hijzou gedrijt hebben
wijzouden gedrijt hebben
julliezouden gedrijt hebben
zijzouden gedrijt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdrijt

Verbs similar to 'drijten'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

  • 17th or 18th c., "Een Nieu Lied van Anjouw en sijn Groot-Vaer, hoe dat sy voor malkanders ziekte geen Remedie en kunne vinden", in Verzameling volks- en straatliedjes (collectie Nijhoff), page 404.
  • Hy drijt in sijn Wiegje sijn luyers zijn nat, / hoe smart hem sijn sakje, hoe rood is sijn gat, / hy kreyt dat hy schut, / hy scheyt rut, tut, tut, / 't agter kasteeltje gaet prut prut prut prut. (He craps in his crib, his nappies are wet, / how much does his sack hurt, how red is his arse, / he shrieks so he [?], / he [shits? + onomatopoeias?] / the back end goes goop goop goop goop.)

Etymology

From Middle Dutch driten, from Old Dutch *drītan, from Proto-West Germanic *drītan, from Proto-Germanic *drītaną. See: Middle Dutch 'driten', Proto-Germanic '*drītaną'.

Verbs referencing "drijten"

English dirt, English drite, Old English gedritan.

Additional Information