decerneren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of decerneren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: decerneren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: decernerend
Past participle - Verleden deelwoord: gedecerneerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdecerneer
jijdecerneert
hijdecerneert
wijdecerneren
julliedecerneren
zijdecerneren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gedecerneerd
jijhebt gedecerneerd
hijheeft gedecerneerd
wijhebben gedecerneerd
julliehebben gedecerneerd
zijhebben gedecerneerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdecerneerde
jijdecerneerde
hijdecerneerde
wijdecerneerden
julliedecerneerden
zijdecerneerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gedecerneerd
jijhad gedecerneerd
hijhad gedecerneerd
wijhadden gedecerneerd
julliehadden gedecerneerd
zijhadden gedecerneerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal decerneren
jijzult decerneren
hijzal decerneren
wijzullen decerneren
julliezullen decerneren
zijzullen decerneren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gedecerneerd hebben
jijzult gedecerneerd hebben
hijzal gedecerneerd hebben
wijzullen gedecerneerd hebben
julliezullen gedecerneerd hebben
zijzullen gedecerneerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou decerneren
jijzou decerneren
hijzou decerneren
wijzouden decerneren
julliezouden decerneren
zijzouden decerneren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gedecerneerd hebben
jijzou gedecerneerd hebben
hijzou gedecerneerd hebben
wijzouden gedecerneerd hebben
julliezouden gedecerneerd hebben
zijzouden gedecerneerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdecerneer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information