daten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of daten

The word "daten" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: daten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: datend
Past participle - Verleden deelwoord: gedaat

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdaat
jijdaat
hijdaat
wijdaten
julliedaten
zijdaten

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gedaat
jijhebt gedaat
hijheeft gedaat
wijhebben gedaat
julliehebben gedaat
zijhebben gedaat

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdaatte
jijdaatte
hijdaatte
wijdaatten
julliedaatten
zijdaatten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gedaat
jijhad gedaat
hijhad gedaat
wijhadden gedaat
julliehadden gedaat
zijhadden gedaat

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal daten
jijzult daten
hijzal daten
wijzullen daten
julliezullen daten
zijzullen daten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gedaat hebben
jijzult gedaat hebben
hijzal gedaat hebben
wijzullen gedaat hebben
julliezullen gedaat hebben
zijzullen gedaat hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou daten
jijzou daten
hijzou daten
wijzouden daten
julliezouden daten
zijzouden daten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gedaat hebben
jijzou gedaat hebben
hijzou gedaat hebben
wijzouden gedaat hebben
julliezouden gedaat hebben
zijzouden gedaat hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdaat

Verbs conjugated like 'daten'

aanpraten, baten, begroten, bepraten, haten, ompraten, praten, vergroten, zweten,

Verbs similar to 'daten'

Translations

  • date, to take (someone) on a series of dates
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Borrowed from English date. See: English 'date'.

    Additional Information