cancelen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of cancelen

The word "cancelen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: cancelen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: cancelend
Past participle - Verleden deelwoord: gecanceeld

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikcanceel
jijcanceelt
hijcanceelt
wijcancelen
julliecancelen
zijcancelen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gecanceeld
jijhebt gecanceeld
hijheeft gecanceeld
wijhebben gecanceeld
julliehebben gecanceeld
zijhebben gecanceeld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikcanceelde
jijcanceelde
hijcanceelde
wijcanceelden
julliecanceelden
zijcanceelden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gecanceeld
jijhad gecanceeld
hijhad gecanceeld
wijhadden gecanceeld
julliehadden gecanceeld
zijhadden gecanceeld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal cancelen
jijzult cancelen
hijzal cancelen
wijzullen cancelen
julliezullen cancelen
zijzullen cancelen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gecanceeld hebben
jijzult gecanceeld hebben
hijzal gecanceeld hebben
wijzullen gecanceeld hebben
julliezullen gecanceeld hebben
zijzullen gecanceeld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou cancelen
jijzou cancelen
hijzou cancelen
wijzouden cancelen
julliezouden cancelen
zijzouden cancelen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gecanceeld hebben
jijzou gecanceeld hebben
hijzou gecanceeld hebben
wijzouden gecanceeld hebben
julliezouden gecanceeld hebben
zijzouden gecanceeld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijcanceel

Verbs similar to 'cancelen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Borrowed from English cancel. See: English 'cancel'.

Additional Information