borneeren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of borneeren

The word "borneeren" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: borneeren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: borneerend
Past participle - Verleden deelwoord: geborneeerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikborneeer
jijborneeert
hijborneeert
wijborneeren
jullieborneeren
zijborneeren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geborneeerd
jijhebt geborneeerd
hijheeft geborneeerd
wijhebben geborneeerd
julliehebben geborneeerd
zijhebben geborneeerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikborneeerde
jijborneeerde
hijborneeerde
wijborneeerden
jullieborneeerden
zijborneeerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geborneeerd
jijhad geborneeerd
hijhad geborneeerd
wijhadden geborneeerd
julliehadden geborneeerd
zijhadden geborneeerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal borneeren
jijzult borneeren
hijzal borneeren
wijzullen borneeren
julliezullen borneeren
zijzullen borneeren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geborneeerd hebben
jijzult geborneeerd hebben
hijzal geborneeerd hebben
wijzullen geborneeerd hebben
julliezullen geborneeerd hebben
zijzullen geborneeerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou borneeren
jijzou borneeren
hijzou borneeren
wijzouden borneeren
julliezouden borneeren
zijzouden borneeren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geborneeerd hebben
jijzou geborneeerd hebben
hijzou geborneeerd hebben
wijzouden geborneeerd hebben
julliezouden geborneeerd hebben
zijzouden geborneeerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijborneeer

Verbs similar to 'borneeren'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "borneeren"

Swedish bornera.

Additional Information