blaten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of blaten

The word "blaten" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: blaten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: blatend
Past participle - Verleden deelwoord: geblaat

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikblaat
jijblaat
hijblaat
wijblaten
jullieblaten
zijblaten

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geblaat
jijhebt geblaat
hijheeft geblaat
wijhebben geblaat
julliehebben geblaat
zijhebben geblaat

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikblaatte
jijblaatte
hijblaatte
wijblaatten
jullieblaatten
zijblaatten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geblaat
jijhad geblaat
hijhad geblaat
wijhadden geblaat
julliehadden geblaat
zijhadden geblaat

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal blaten
jijzult blaten
hijzal blaten
wijzullen blaten
julliezullen blaten
zijzullen blaten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geblaat hebben
jijzult geblaat hebben
hijzal geblaat hebben
wijzullen geblaat hebben
julliezullen geblaat hebben
zijzullen geblaat hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou blaten
jijzou blaten
hijzou blaten
wijzouden blaten
julliezouden blaten
zijzouden blaten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geblaat hebben
jijzou geblaat hebben
hijzou geblaat hebben
wijzouden geblaat hebben
julliezouden geblaat hebben
zijzouden geblaat hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijblaat

Verbs conjugated like 'blaten'

aanpraten, baten, begroten, bepraten, haten, ompraten, praten, vergroten, zweten,

Verbs similar to 'blaten'

Translations

  • baa, to make the cry of sheep
  • bleat, to make the cry of a sheep or goat
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • Hou op met blaten over je brommer, dat interesseert me geen reet. (Stop blabbering about your moped, I don't give a shit about that.)

    Etymology

    From Middle Dutch blaten, bleten, from Old Dutch *blāten, *blēten, from Proto-West Germanic *blātijan, from Proto-Germanic *blētijaną (“to bleat”). See: Proto-Germanic '*blētijaną'.

    Verbs referencing "blaten"

    English bleat.

    Additional Information