bijkomen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of bijkomen

The word "bijkomen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: bijkomen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bijkomend
Past participle - Verleden deelwoord: bijgekoomd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikkoom bij
jijkoomt bij
hijkoomt bij
wijkomen bij
julliekomen bij
zijkomen bij

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb bijgekoomd
jijhebt bijgekoomd
hijheeft bijgekoomd
wijhebben bijgekoomd
julliehebben bijgekoomd
zijhebben bijgekoomd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikkoomde bij
jijkoomde bij
hijkoomde bij
wijkoomden bij
julliekoomden bij
zijkoomden bij

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad bijgekoomd
jijhad bijgekoomd
hijhad bijgekoomd
wijhadden bijgekoomd
julliehadden bijgekoomd
zijhadden bijgekoomd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal bijkomen
jijzult bijkomen
hijzal bijkomen
wijzullen bijkomen
julliezullen bijkomen
zijzullen bijkomen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal bijgekoomd hebben
jijzult bijgekoomd hebben
hijzal bijgekoomd hebben
wijzullen bijgekoomd hebben
julliezullen bijgekoomd hebben
zijzullen bijgekoomd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou bijkomen
jijzou bijkomen
hijzou bijkomen
wijzouden bijkomen
julliezouden bijkomen
zijzouden bijkomen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou bijgekoomd hebben
jijzou bijgekoomd hebben
hijzou bijgekoomd hebben
wijzouden bijgekoomd hebben
julliezouden bijgekoomd hebben
zijzouden bijgekoomd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijkoom bij

Verbs similar to 'bijkomen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From bij + komen.

Additional Information