beklinken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of beklinken

The word "beklinken" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: beklinken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: beklinkend
Past participle - Verleden deelwoord: beklinkt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbeklink
jijbeklinkt
hijbeklinkt
wijbeklinken
julliebeklinken
zijbeklinken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb beklinkt
jijhebt beklinkt
hijheeft beklinkt
wijhebben beklinkt
julliehebben beklinkt
zijhebben beklinkt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbeklinkte
jijbeklinkte
hijbeklinkte
wijbeklinkten
julliebeklinkten
zijbeklinkten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad beklinkt
jijhad beklinkt
hijhad beklinkt
wijhadden beklinkt
julliehadden beklinkt
zijhadden beklinkt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal beklinken
jijzult beklinken
hijzal beklinken
wijzullen beklinken
julliezullen beklinken
zijzullen beklinken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal beklinkt hebben
jijzult beklinkt hebben
hijzal beklinkt hebben
wijzullen beklinkt hebben
julliezullen beklinkt hebben
zijzullen beklinkt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou beklinken
jijzou beklinken
hijzou beklinken
wijzouden beklinken
julliezouden beklinken
zijzouden beklinken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou beklinkt hebben
jijzou beklinkt hebben
hijzou beklinkt hebben
wijzouden beklinkt hebben
julliezouden beklinkt hebben
zijzouden beklinkt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbeklink

Verbs similar to 'beklinken'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From be- + klinken (“to sound”).

Additional Information