beethouden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of beethouden

The word "beethouden" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: beethouden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: beethoudend
Past participle - Verleden deelwoord: beethoud

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbeethoud
jijbeethoudt
hijbeethoudt
wijbeethouden
julliebeethouden
zijbeethouden

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb beethoud
jijhebt beethoud
hijheeft beethoud
wijhebben beethoud
julliehebben beethoud
zijhebben beethoud

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbeethoudde
jijbeethoudde
hijbeethoudde
wijbeethoudden
julliebeethoudden
zijbeethoudden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad beethoud
jijhad beethoud
hijhad beethoud
wijhadden beethoud
julliehadden beethoud
zijhadden beethoud

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal beethouden
jijzult beethouden
hijzal beethouden
wijzullen beethouden
julliezullen beethouden
zijzullen beethouden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal beethoud hebben
jijzult beethoud hebben
hijzal beethoud hebben
wijzullen beethoud hebben
julliezullen beethoud hebben
zijzullen beethoud hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou beethouden
jijzou beethouden
hijzou beethouden
wijzouden beethouden
julliezouden beethouden
zijzouden beethouden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou beethoud hebben
jijzou beethoud hebben
hijzou beethoud hebben
wijzouden beethoud hebben
julliezouden beethoud hebben
zijzouden beethoud hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbeethoud

Verbs similar to 'beethouden'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information