afwerpen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of afwerpen

The word "afwerpen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: afwerpen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: afwerpend
Past participle - Verleden deelwoord: afgewerpt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikwerp af
jijwerpt af
hijwerpt af
wijwerpen af
julliewerpen af
zijwerpen af

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb afgewerpt
jijhebt afgewerpt
hijheeft afgewerpt
wijhebben afgewerpt
julliehebben afgewerpt
zijhebben afgewerpt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikwerpte af
jijwerpte af
hijwerpte af
wijwerpten af
julliewerpten af
zijwerpten af

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad afgewerpt
jijhad afgewerpt
hijhad afgewerpt
wijhadden afgewerpt
julliehadden afgewerpt
zijhadden afgewerpt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal afwerpen
jijzult afwerpen
hijzal afwerpen
wijzullen afwerpen
julliezullen afwerpen
zijzullen afwerpen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal afgewerpt hebben
jijzult afgewerpt hebben
hijzal afgewerpt hebben
wijzullen afgewerpt hebben
julliezullen afgewerpt hebben
zijzullen afgewerpt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou afwerpen
jijzou afwerpen
hijzou afwerpen
wijzouden afwerpen
julliezouden afwerpen
zijzouden afwerpen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou afgewerpt hebben
jijzou afgewerpt hebben
hijzou afgewerpt hebben
wijzouden afgewerpt hebben
julliezouden afgewerpt hebben
zijzouden afgewerpt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijwerp af

Verbs similar to 'afwerpen'

Translations

  • cast, to throw down or aside
  • throw, to eject or cause to fall off
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • Het werk van de brandweer lijkt zijn vruchten af te werpen. (The work of the fire department appears to yield its fruit.)

    Etymology

    From Middle Dutch afwerpen. Equivalent to af + werpen.

    Additional Information