afmikken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of afmikken

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: afmikken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: afmikkend
Past participle - Verleden deelwoord: afgemikt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikmik af
jijmikt af
hijmikt af
wijmikken af
julliemikken af
zijmikken af

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb afgemikt
jijhebt afgemikt
hijheeft afgemikt
wijhebben afgemikt
julliehebben afgemikt
zijhebben afgemikt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikmikte af
jijmikte af
hijmikte af
wijmikten af
julliemikten af
zijmikten af

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad afgemikt
jijhad afgemikt
hijhad afgemikt
wijhadden afgemikt
julliehadden afgemikt
zijhadden afgemikt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal afmikken
jijzult afmikken
hijzal afmikken
wijzullen afmikken
julliezullen afmikken
zijzullen afmikken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal afgemikt hebben
jijzult afgemikt hebben
hijzal afgemikt hebben
wijzullen afgemikt hebben
julliezullen afgemikt hebben
zijzullen afgemikt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou afmikken
jijzou afmikken
hijzou afmikken
wijzouden afmikken
julliezouden afmikken
zijzouden afmikken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou afgemikt hebben
jijzou afgemikt hebben
hijzou afgemikt hebben
wijzouden afgemikt hebben
julliezouden afgemikt hebben
zijzouden afgemikt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijmik af

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

  • Want ſoo veel te grooter konſt het is ſijn doel op twee dingen te houden, dan op een, ſoo veel te grooter konſt ſal 't zijn, met de ge-eischte veerdigheid deſe diſtantie van Maan en Ster af te mikken, als 't is een Vogel in de vlugt te ſchieten. [1689, Bernhardus Fullenius, Brief, van Bernhardus Fullenius, Daniel vanden Dalen, page 8 & 9:]

Etymology

Compound of af (“off”) + mikken (“aim”).

Additional Information