zoeven – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of zoeven

The word "zoeven" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: zoeven
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: zoevend
Past participle - Verleden deelwoord: gezoefd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikzoef
jijzoeft
hijzoeft
wijzoeven
julliezoeven
zijzoeven

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gezoefd
jijhebt gezoefd
hijheeft gezoefd
wijhebben gezoefd
julliehebben gezoefd
zijhebben gezoefd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikzoefde
jijzoefde
hijzoefde
wijzoefden
julliezoefden
zijzoefden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gezoefd
jijhad gezoefd
hijhad gezoefd
wijhadden gezoefd
julliehadden gezoefd
zijhadden gezoefd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal zoeven
jijzult zoeven
hijzal zoeven
wijzullen zoeven
julliezullen zoeven
zijzullen zoeven

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gezoefd hebben
jijzult gezoefd hebben
hijzal gezoefd hebben
wijzullen gezoefd hebben
julliezullen gezoefd hebben
zijzullen gezoefd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou zoeven
jijzou zoeven
hijzou zoeven
wijzouden zoeven
julliezouden zoeven
zijzouden zoeven

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gezoefd hebben
jijzou gezoefd hebben
hijzou gezoefd hebben
wijzouden gezoefd hebben
julliezouden gezoefd hebben
zijzouden gezoefd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijzoef

Verbs similar to 'zoeven'

Translations

  • zoom, to move very fast with a humming noise
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Additional Information