Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: zijn; wezen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: zijnd
Past participle - Verleden deelwoord: geweest
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | ben |
| jij | bent |
| hij | is |
| wij | zijn |
| jullie | zijn |
| zij | zijn |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | ben geweest |
| jij | bent geweest |
| hij | is geweest |
| wij | zijn geweest |
| jullie | zijn geweest |
| zij | zijn geweest |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | was |
| jij | was |
| hij | was |
| wij | waren |
| jullie | waren |
| zij | waren |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | was geweest |
| jij | was geweest |
| hij | was geweest |
| wij | waren geweest |
| jullie | waren geweest |
| zij | waren geweest |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal zijn; wezen |
| jij | zult zijn; wezen |
| hij | zal zijn; wezen |
| wij | zullen zijn; wezen |
| jullie | zullen zijn; wezen |
| zij | zullen zijn; wezen |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal geweest zijn |
| jij | zult geweest zijn |
| hij | zal geweest zijn |
| wij | zullen geweest zijn |
| jullie | zullen geweest zijn |
| zij | zullen geweest zijn |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou zijn; wezen |
| jij | zou zijn; wezen |
| hij | zou zijn; wezen |
| wij | zouden zijn; wezen |
| jullie | zouden zijn; wezen |
| zij | zouden zijn; wezen |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou geweest zijn |
| jij | zou geweest zijn |
| hij | zou geweest zijn |
| wij | zouden geweest zijn |
| jullie | zouden geweest zijn |
| zij | zouden geweest zijn |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs similar to 'zijn'
zien,
zijgen,
aaien,
afzien,
bezien,
bijten,
doen,
eisen,
eren,
eten,
Translations
absent, to withhold from being present
conflict, be at odds (with)
have, auxiliary used in forming the perfect and the past perfect tenses
kowtow, act submissively
Sample Sentences
-
Het leven en de lotgevallen van Robinson Crusoe Daniel Defoe Ik ben geboren in de stad York, in 1632, van eene deftige familie, die daar echter niet inheemsch was. Mijn vader was van Bremen afkomstig en had zich eerst te Hull gevestigd. Na in den [...]
(Robinson Crusoe)
-
Het leven en de lotgevallen van Robinson Crusoe Daniel Defoe Ik ben geboren in de stad York, in 1632, van eene deftige familie, die daar echter niet inheemsch was. Mijn vader was van Bremen afkomstig en had zich eerst te Hull gevestigd. Na in den koophandel eene tamelijke fortuin verworven te hebben, liet hij dien varen en ging te York wonen, waar hij [...]
(Robinson Crusoe)
-
Het leven en de lotgevallen van Robinson Crusoe Daniel Defoe Ik ben geboren in de stad York, in 1632, van eene deftige familie, die daar echter niet inheemsch was. Mijn vader was van Bremen afkomstig en had zich eerst te Hull gevestigd. Na in den koophandel eene tamelijke fortuin verworven te hebben, liet hij dien varen en ging te York wonen, waar hij met mijne moeder [...]
(Robinson Crusoe)
-
Ik had twee broeders, die ouder waren dan ik; de oudste diende als luitenant-kolonel bij een regement voetvolk in Vlaanderen, toen hij in den slag tegen de Spanjaarden bij Duinkerken sneuvelde. Ik heb nimmer vernomen wat er van mijn [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] als luitenant-kolonel bij een regement voetvolk in Vlaanderen, toen hij in den slag tegen de Spanjaarden bij Duinkerken sneuvelde. Ik heb nimmer vernomen wat er van mijn tweeden broeder geworden is, even als mijne ouders nimmer wisten waar ik gebleven was.
(Robinson Crusoe)
-
[...] toen hij in den slag tegen de Spanjaarden bij Duinkerken sneuvelde. Ik heb nimmer vernomen wat er van mijn tweeden broeder geworden is, even als mijne ouders nimmer wisten waar ik gebleven was.
(Robinson Crusoe)
-
Ik was de derde zoon en tot geenerlei bedrijf opgeleid, terwijl mijn hoofd reeds vroeg met allerlei luchtkasteelen opgevuld was. Mijn vader, die reeds hoog bejaard was, had mij zooveel [...]
(Robinson Crusoe)
-
Ik was de derde zoon en tot geenerlei bedrijf opgeleid, terwijl mijn hoofd reeds vroeg met allerlei luchtkasteelen opgevuld was. Mijn vader, die reeds hoog bejaard was, had mij zooveel onderrigt verschaft als hij kon, zoowel door zijne lessen te huis als door mij op eene school te laten gaan. Hij had mij tot een [...]
(Robinson Crusoe)
-
Ik was de derde zoon en tot geenerlei bedrijf opgeleid, terwijl mijn hoofd reeds vroeg met allerlei luchtkasteelen opgevuld was. Mijn vader, die reeds hoog bejaard was, had mij zooveel onderrigt verschaft als hij kon, zoowel door zijne lessen te huis als door mij op eene school te laten gaan. Hij had mij tot een regtsgeleerde bestemd, maar ik dacht alleen aan ter [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] ruim bestaan kunt erlangen. Alleen menschen, die niets te verliezen hebben of die groote rijkdommen bezitten, mogen zich door gevaarlijke middelen rijkdom of beroemdheid verwerven; zulke middelen zijn ver boven u of ver beneden u. " Hij voegde er bij, dat ik tot den middelstand behoorde, dat is tot dien, welke den hoogsten trap onder de mindere klassen beslaat; een staat, die de ervaring [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
1. From Middle Dutch sijn, from Old Dutch sīn. The infinitive zijn along with the words is and zij (present indicative and subjunctive) derive ultimately from Proto-Indo-European *h₁es- (“to be”), which had no separate infinitive in Germanic. The modern infinitive was probably back-formed in late Old Dutch from the first-person plural subjunctive sīn (“we be”), since this form had become identical to the infinitive in other verbs during the late Old Dutch period. Compare also German sein, Low German sien.
2. The original infinitive survives in wezen, from Middle Dutch wesen, from Old Dutch wesan, from Proto-West Germanic *wesan, from Proto-Germanic *wesaną, from *h₂wes- (“to reside”). All the forms with initial w- (imperative and past tense) derive from this root.
3. Finally, the forms ben and bent derive from Proto-Germanic *beuną (“to be, to become”), from *bʰuH- (“to become”), which survives only as relic forms in the West Germanic languages and not at all in the others. Its infinitive and non-singular forms are attested in (Old) English, Frisian and a number of Dutch dialects. See: German, old spelling '
sein', Low Saxon 'sien', Old Dutch 'wesan', Proto-Germanic '
*wesaną', Proto-Germanic '
*beuną'.
Verbs referencing "zijn"
German, Pennsylvania
sei, Alemannic German
si, German, old spelling
sein, Luxembourgish
sinn, Low Saxon sien, Plautdietsch
sennen.
Additional Information