vieren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of vieren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: vieren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: vierend
Past participle - Verleden deelwoord: gevierd

Cognates

See the 3 cognates of vieren

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikvier
jijviert
hijviert
wijvieren
jullievieren
zijvieren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gevierd
jijhebt gevierd
hijheeft gevierd
wijhebben gevierd
julliehebben gevierd
zijhebben gevierd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikvierde
jijvierde
hijvierde
wijvierden
jullievierden
zijvierden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gevierd
jijhad gevierd
hijhad gevierd
wijhadden gevierd
julliehadden gevierd
zijhadden gevierd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal vieren
jijzult vieren
hijzal vieren
wijzullen vieren
julliezullen vieren
zijzullen vieren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gevierd hebben
jijzult gevierd hebben
hijzal gevierd hebben
wijzullen gevierd hebben
julliezullen gevierd hebben
zijzullen gevierd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou vieren
jijzou vieren
hijzou vieren
wijzouden vieren
julliezouden vieren
zijzouden vieren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gevierd hebben
jijzou gevierd hebben
hijzou gevierd hebben
wijzouden gevierd hebben
julliezouden gevierd hebben
zijzouden gevierd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijvier

Translations

  • celebrate, extol or honour in a solemn manner
  • celebrate, honour by rites, ceremonies, etc.
  • celebrate, perform or participate in
  • mass, celebrate Mass
  • party, to celebrate at a party
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    celebreren
    gedenken, inzegenen
    heiligen
    eren
    herdenken
    gedenken
    houden
    geven, organiseren
    schieten
    gaan
    slaken
    losmaken

    Antonyms

    heiligen
    ontheiligen

    Sample Sentences

    • [...] op deze plaats ingetreden, schoon de drie laatste jaren van mijn verblijf eigenlijk met de vorige niet kunnen vergeleken worden, daar het in dien tijd geheel anders was geworden dan vroeger. Ik vierde dit jaarfeest van mijne komst alhier met dezelfde dankbaarheid jegens God, voor zijne goedheid, als het eerste; en had ik toen reeds zoo veel stof tot dankbaarheid, nu was dit nog veel meer het [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] had ontvangen, en de hoop op eene spoedige bevrijding koesterde, want ik hield mij vast overtuigd, dat mijne bevrijding spoedig op handen was, en ik geen volgende verjaring mijner komst aldaar zou vieren. Ik bleef echter even zoo voor mijne huishouding zorgen als te voren; ik spitte en plantte en omheinde, droogde mijne druiven, en deed al wat noodig was, als te voren. (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch vieren, from Old Dutch fīron, from Latin fērior. See: Old Dutch 'fīron', Latin 'fērior'.

    Verbs referencing "vieren"

    German, old spelling feiern, Danish fejre.

    Additional Information