verworden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of verworden

The word "verworden" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: verworden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verwordend
Past participle - Verleden deelwoord: verword

Cognates

See the 2 cognates of verworden

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikverword
jijverwordt
hijverwordt
wijverworden
jullieverworden
zijverworden

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb verword
jijhebt verword
hijheeft verword
wijhebben verword
julliehebben verword
zijhebben verword

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikverwordde
jijverwordde
hijverwordde
wijverwordden
jullieverwordden
zijverwordden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad verword
jijhad verword
hijhad verword
wijhadden verword
julliehadden verword
zijhadden verword

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal verworden
jijzult verworden
hijzal verworden
wijzullen verworden
julliezullen verworden
zijzullen verworden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal verword hebben
jijzult verword hebben
hijzal verword hebben
wijzullen verword hebben
julliezullen verword hebben
zijzullen verword hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou verworden
jijzou verworden
hijzou verworden
wijzouden verworden
julliezouden verworden
zijzouden verworden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou verword hebben
jijzou verword hebben
hijzou verword hebben
wijzouden verword hebben
julliezouden verword hebben
zijzouden verword hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijverword

Verbs similar to 'verworden'

Translations

  • corrupt, to change from good to bad
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch verwerden, from Old Dutch *farwerthan, from Proto-Germanic *frawerþaną (“to perish, come to ruin”), equivalent to ver- + worden. Cognate with English forworth. See: Proto-Germanic '*frawerþaną', English 'forworth'.

    Verbs referencing "verworden"

    English forworth.

    Additional Information