verplaatsen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of verplaatsen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: verplaatsen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verplaatsend
Past participle - Verleden deelwoord: verplaatst

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikverplaats
jijverplaatst
hijverplaatst
wijverplaatsen
jullieverplaatsen
zijverplaatsen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb verplaatst
jijhebt verplaatst
hijheeft verplaatst
wijhebben verplaatst
julliehebben verplaatst
zijhebben verplaatst

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikverplaatste
jijverplaatste
hijverplaatste
wijverplaatsten
jullieverplaatsten
zijverplaatsten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad verplaatst
jijhad verplaatst
hijhad verplaatst
wijhadden verplaatst
julliehadden verplaatst
zijhadden verplaatst

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal verplaatsen
jijzult verplaatsen
hijzal verplaatsen
wijzullen verplaatsen
julliezullen verplaatsen
zijzullen verplaatsen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal verplaatst hebben
jijzult verplaatst hebben
hijzal verplaatst hebben
wijzullen verplaatst hebben
julliezullen verplaatst hebben
zijzullen verplaatst hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou verplaatsen
jijzou verplaatsen
hijzou verplaatsen
wijzouden verplaatsen
julliezouden verplaatsen
zijzouden verplaatsen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou verplaatst hebben
jijzou verplaatst hebben
hijzou verplaatst hebben
wijzouden verplaatst hebben
julliezouden verplaatst hebben
zijzouden verplaatst hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijverplaats

Translations

  • move, to transfer from one space or position to another
  • transfer, to move or pass from one place, person or thing to another
  • travel, pass from here to there; transmit
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    overbrengen
    overdragen, transporteren
    overdragen
    overbrengen, overleveren
    overzetten
    overplaatsen
    transporteren
    overbrengen, vervoeren

    Sample Sentences

    • Ik besloot mijne tent, die vlak tegen de rots aan stond, te verplaatsen, daar deze bij eene nieuwe aardbeving er ligtelijk op kon storten. De twee volgende dagen (19 en 20 April ) besteedde ik met te overleggen werwaarts en hoe ik mijne woning verleggen zou. De vrees [...] (Robinson Crusoe)
    • Toen ik bij het schip kwam vond ik het geheel verplaatst; het voorschip, dat vroeger in het zand begraven lag, was ten minste zes voet opgebeurd, en het achterschip, dat door de woede der golven aan stukken geslagen en van het overige als het ware [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    ver- + plaatsen

    Additional Information