Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: verlokken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verlokkend
Past participle - Verleden deelwoord: verlokt
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | verlok |
| jij | verlokt |
| hij | verlokt |
| wij | verlokken |
| jullie | verlokken |
| zij | verlokken |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb verlokt |
| jij | hebt verlokt |
| hij | heeft verlokt |
| wij | hebben verlokt |
| jullie | hebben verlokt |
| zij | hebben verlokt |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | verlokte |
| jij | verlokte |
| hij | verlokte |
| wij | verlokten |
| jullie | verlokten |
| zij | verlokten |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had verlokt |
| jij | had verlokt |
| hij | had verlokt |
| wij | hadden verlokt |
| jullie | hadden verlokt |
| zij | hadden verlokt |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal verlokken |
| jij | zult verlokken |
| hij | zal verlokken |
| wij | zullen verlokken |
| jullie | zullen verlokken |
| zij | zullen verlokken |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal verlokt hebben |
| jij | zult verlokt hebben |
| hij | zal verlokt hebben |
| wij | zullen verlokt hebben |
| jullie | zullen verlokt hebben |
| zij | zullen verlokt hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou verlokken |
| jij | zou verlokken |
| hij | zou verlokken |
| wij | zouden verlokken |
| jullie | zouden verlokken |
| zij | zouden verlokken |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou verlokt hebben |
| jij | zou verlokt hebben |
| hij | zou verlokt hebben |
| wij | zouden verlokt hebben |
| jullie | zouden verlokt hebben |
| zij | zouden verlokt hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'verlokken'
aanbaffen,
aanbikken,
aanblikken,
aandikken,
aandrukken,
aaneenplakken,
aaneenstrikken,
aanfokken,
aankwakken,
aanlokken,
aanpakken,
aanpassen,
aanpikken,
aanplakken,
aanploffen,
aanprikken,
aanschaffen,
aansloffen,
aanstikken,
aanstoffen, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'verlokken'
verklikken,
verlopen,
verlossen,
vertolken,
vervloeken,
verwekken,
verzoeken,
aanlokken,
afblokken,
afklokken,
Translations
mislead, lead in a false direction
tempt, to attract, allure
Sample Sentences
-
[...] het gezigt waren, of te weten, of zij al of niet het eiland hadden aangedaan; ten einde niet in verzoeking te geraken mijne vroegere middelen te bezigen, of door eenig voordeel tot een aanval op hen verlokt te worden. Echter haalde ik mijne boot van de andere zijde van het eiland, en bragt die aan de oostzijde, waar ik die in een inham onder eenige hooge rotsen legde, waar ik wist, dat de wilden, [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] jongste gaf ik aan een scheepskapitein mede, en toen hij na vijf jaren een knap, bedaard en ondernemend jongman was, plaatste ik hem op een schip als kapitein, en zond hem naar zee. Deze jonge knaap verlokte mij naderhand, zoo oud als ik was, tot verdere avonturen.
(Robinson Crusoe)
-
[...] tot mijn genoegen, want mijne vrouw schonk mij twee zonen en eene dochter. Maar mijne vrouw stierf, en mijn neef kwam terug van eene voorspoedige reis naar Spanje, en mijne neiging en zijn aanhouden verlokten mij, om als koopman naar Oost-Indië scheep te gaan. Dit was in 1694.
(Robinson Crusoe)
Etymology
From ver- + lokken.
Additional Information