verhelpen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of verhelpen

The word "verhelpen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: verhelpen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verhelpend
Past participle - Verleden deelwoord: verhelpt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikverhelp
jijverhelpt
hijverhelpt
wijverhelpen
jullieverhelpen
zijverhelpen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb verhelpt
jijhebt verhelpt
hijheeft verhelpt
wijhebben verhelpt
julliehebben verhelpt
zijhebben verhelpt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikverhelpte
jijverhelpte
hijverhelpte
wijverhelpten
jullieverhelpten
zijverhelpten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad verhelpt
jijhad verhelpt
hijhad verhelpt
wijhadden verhelpt
julliehadden verhelpt
zijhadden verhelpt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal verhelpen
jijzult verhelpen
hijzal verhelpen
wijzullen verhelpen
julliezullen verhelpen
zijzullen verhelpen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal verhelpt hebben
jijzult verhelpt hebben
hijzal verhelpt hebben
wijzullen verhelpt hebben
julliezullen verhelpt hebben
zijzullen verhelpt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou verhelpen
jijzou verhelpen
hijzou verhelpen
wijzouden verhelpen
julliezouden verhelpen
zijzouden verhelpen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou verhelpt hebben
jijzou verhelpt hebben
hijzou verhelpt hebben
wijzouden verhelpt hebben
julliezouden verhelpt hebben
zijzouden verhelpt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijverhelp

Verbs similar to 'verhelpen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From ver- + helpen.

Additional Information