uitdiepen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of uitdiepen

The word "uitdiepen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: uitdiepen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: uitdiepend
Past participle - Verleden deelwoord: uitgediept

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdiep uit
jijdiept uit
hijdiept uit
wijdiepen uit
julliediepen uit
zijdiepen uit

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb uitgediept
jijhebt uitgediept
hijheeft uitgediept
wijhebben uitgediept
julliehebben uitgediept
zijhebben uitgediept

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdiepte uit
jijdiepte uit
hijdiepte uit
wijdiepten uit
julliediepten uit
zijdiepten uit

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad uitgediept
jijhad uitgediept
hijhad uitgediept
wijhadden uitgediept
julliehadden uitgediept
zijhadden uitgediept

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal uitdiepen
jijzult uitdiepen
hijzal uitdiepen
wijzullen uitdiepen
julliezullen uitdiepen
zijzullen uitdiepen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal uitgediept hebben
jijzult uitgediept hebben
hijzal uitgediept hebben
wijzullen uitgediept hebben
julliezullen uitgediept hebben
zijzullen uitgediept hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou uitdiepen
jijzou uitdiepen
hijzou uitdiepen
wijzouden uitdiepen
julliezouden uitdiepen
zijzouden uitdiepen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou uitgediept hebben
jijzou uitgediept hebben
hijzou uitgediept hebben
wijzouden uitgediept hebben
julliezouden uitgediept hebben
zijzouden uitgediept hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdiep uit

Verbs similar to 'uitdiepen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Compound of uit + diepen.

Additional Information