toestemmen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of toestemmen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: toestemmen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: toestemmend
Past participle - Verleden deelwoord: toegestemd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikstem toe
jijstemt toe
hijstemt toe
wijstemmen toe
julliestemmen toe
zijstemmen toe

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb toegestemd
jijhebt toegestemd
hijheeft toegestemd
wijhebben toegestemd
julliehebben toegestemd
zijhebben toegestemd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikstemde toe
jijstemde toe
hijstemde toe
wijstemden toe
julliestemden toe
zijstemden toe

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad toegestemd
jijhad toegestemd
hijhad toegestemd
wijhadden toegestemd
julliehadden toegestemd
zijhadden toegestemd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal toestemmen
jijzult toestemmen
hijzal toestemmen
wijzullen toestemmen
julliezullen toestemmen
zijzullen toestemmen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal toegestemd hebben
jijzult toegestemd hebben
hijzal toegestemd hebben
wijzullen toegestemd hebben
julliezullen toegestemd hebben
zijzullen toegestemd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou toestemmen
jijzou toestemmen
hijzou toestemmen
wijzouden toestemmen
julliezouden toestemmen
zijzouden toestemmen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou toegestemd hebben
jijzou toegestemd hebben
hijzou toegestemd hebben
wijzouden toegestemd hebben
julliezouden toegestemd hebben
zijzouden toegestemd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijstem toe

Translations

  • accede, to agree to a proposal or view
  • agree, harmonize in opinion; be in unison or concord; be united; concur
  • consent, to express willingness
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    goedkeuren
    instemmen, inwilligen

    Antonyms

    goedkeuren
    verwerpen

    Sample Sentences

    • [...] waarvan hij zich alstoen bediend had. " Wilt gij u overigens volstrekt ongelukkig maken, " zeide zij, " niemand kan het u beletten, maar gij kunt verzekerd zijn, dat wij daarin nimmer zullen toestemmen; wat mij betreft, ik zal nimmer tot uw verderf de hand leenen, en gij zult nimmer kunnen zeggen, dat uwe moeder goedvond wat uw vader afgekeurd heeft. " (Robinson Crusoe)
    • [...] hij, na vele blijken van droefheid, gezegd had: " Dit kind kon zeer gelukkig leven als hij hier bleef; maar als hij ons verlaat, kan hij de ongelukkigste mensch der wereld worden; ik kan er niet in toestemmen. " (Robinson Crusoe)
    • [...] geworden was, zeker binnen korten tijd in de andere boot aan land zou komen, om hen op te zoeken, en dat zij dan misschien gewapend en met te groote overmagt voor ons zouden komen; dit moest hij ook toestemmen. Ik zeide hem daarop, dat het eerst wat ons te doen stond, was, een gat in de sloep, die op het strand stond, te maken, en er alles uit te nemen, zoodat zij onbruikbaar werd en geen zee kon bouwen. [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    Compound of toe (“to(wards)”) + stemmen (“to speak”), perfectly parallel to the cognate German equivalent zustimmen.

    Additional Information