toeslaan – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of toeslaan

The word "toeslaan" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: toeslaan
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: toeslaand
Past participle - Verleden deelwoord: toegeslagen

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iksla toe
jijslaat toe
hijslaat toe
wijslaan toe
jullieslaan toe
zijslaan toe

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb toegeslagen
jijhebt toegeslagen
hijheeft toegeslagen
wijhebben toegeslagen
julliehebben toegeslagen
zijhebben toegeslagen

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iksloeg toe
jijsloeg toe
hijsloeg toe
wijsloegen toe
julliesloegen toe
zijsloegen toe

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad toegeslagen
jijhad toegeslagen
hijhad toegeslagen
wijhadden toegeslagen
julliehadden toegeslagen
zijhadden toegeslagen

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal toeslaan
jijzult toeslaan
hijzal toeslaan
wijzullen toeslaan
julliezullen toeslaan
zijzullen toeslaan

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal toegeslagen hebben
jijzult toegeslagen hebben
hijzal toegeslagen hebben
wijzullen toegeslagen hebben
julliezullen toegeslagen hebben
zijzullen toegeslagen hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou toeslaan
jijzou toeslaan
hijzou toeslaan
wijzouden toeslaan
julliezouden toeslaan
zijzouden toeslaan

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou toegeslagen hebben
jijzou toegeslagen hebben
hijzou toegeslagen hebben
wijzouden toegeslagen hebben
julliezouden toegeslagen hebben
zijzouden toegeslagen hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijsla toe

Verbs similar to 'toeslaan'

Translations

  • slam, to shut with sudden force and noise
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From toe + slaan.

    Additional Information