Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: toeschrijven
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: toeschrijvend
Past participle - Verleden deelwoord: toegeschreven
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | schrijf toe |
| jij | schrijft toe |
| hij | schrijft toe |
| wij | schrijven toe |
| jullie | schrijven toe |
| zij | schrijven toe |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb toegeschreven |
| jij | hebt toegeschreven |
| hij | heeft toegeschreven |
| wij | hebben toegeschreven |
| jullie | hebben toegeschreven |
| zij | hebben toegeschreven |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | schreef toe |
| jij | schreef toe |
| hij | schreef toe |
| wij | schreven toe |
| jullie | schreven toe |
| zij | schreven toe |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had toegeschreven |
| jij | had toegeschreven |
| hij | had toegeschreven |
| wij | hadden toegeschreven |
| jullie | hadden toegeschreven |
| zij | hadden toegeschreven |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal toeschrijven |
| jij | zult toeschrijven |
| hij | zal toeschrijven |
| wij | zullen toeschrijven |
| jullie | zullen toeschrijven |
| zij | zullen toeschrijven |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal toegeschreven hebben |
| jij | zult toegeschreven hebben |
| hij | zal toegeschreven hebben |
| wij | zullen toegeschreven hebben |
| jullie | zullen toegeschreven hebben |
| zij | zullen toegeschreven hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou toeschrijven |
| jij | zou toeschrijven |
| hij | zou toeschrijven |
| wij | zouden toeschrijven |
| jullie | zouden toeschrijven |
| zij | zouden toeschrijven |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou toegeschreven hebben |
| jij | zou toegeschreven hebben |
| hij | zou toegeschreven hebben |
| wij | zouden toegeschreven hebben |
| jullie | zouden toegeschreven hebben |
| zij | zouden toegeschreven hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'toeschrijven'
aanblijven,
aandrijven,
aaneenschrijven,
aanschrijven,
aanstijven,
aanwrijven,
achteraanblijven,
achterblijven,
afdrijven,
afkijven,
afschrijven,
bedrijven,
beschrijven,
blijven,
drijven,
inschrijven,
kijven,
meerijden,
misdrijven,
omschrijven, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'toeschrijven'
beschrijven,
omschrijven,
opschrijven,
aanschrijven,
afschrijven,
inschrijven,
overschrijven,
schrijven,
voorschrijven,
aanschrijden,
Translations
ascribe, attribute a cause or characteristic
ascribe, attribute a book, etc
attribute, to associate ownership or authorship with
credit, to acknowledge a contribution
Sample Sentences
-
[...] Welke aandacht had ik daarop geslagen ? Hoe had ik mij hierin gedragen ? God had mij bevrijd, maar ik had Hem niet verheerlijkt, dat is te zeggen, ik had mijne bevrijding niet aan Hem alleen toegeschreven, en Hem daarvoor gedankt. Dit trof mij tot in de ziel, en dadelijk knielde ik neder, en dankte God met luider stem voor mijne herstelling uit mijne ziekte.
(Robinson Crusoe)
-
[...] en dat nog wel in het zand, waar de eerste golf, bij een hoogen vloed, en harden wind, dien moest uitwisschen. Dit alles scheen onbestaanbaar en geheel strijdig met de slimheid, die men den duivel toeschrijft.
(Robinson Crusoe)
-
[...] die gewoon zijn gade te slaan wat er om hen heen gebeurt, kunnen ontkennen, dat ons zulke waarschuwingen gegeven worden; wij kunnen niet dan die aan de werking van eene onzigtbare magt, buiten ons, toeschrijven, en waarom zouden wij niet onderstellen, dat die ons tot ons bestwil gegeven worden.
(Robinson Crusoe)
Etymology
From toe (“towards”) + schrijven (“to write”).
Additional Information