tinken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of tinken

The word "tinken" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: tinken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: tinkend
Past participle - Verleden deelwoord: getinkt

Cognates

See the 2 cognates of tinken

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iktink
jijtinkt
hijtinkt
wijtinken
jullietinken
zijtinken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb getinkt
jijhebt getinkt
hijheeft getinkt
wijhebben getinkt
julliehebben getinkt
zijhebben getinkt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iktinkte
jijtinkte
hijtinkte
wijtinkten
jullietinkten
zijtinkten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad getinkt
jijhad getinkt
hijhad getinkt
wijhadden getinkt
julliehadden getinkt
zijhadden getinkt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal tinken
jijzult tinken
hijzal tinken
wijzullen tinken
julliezullen tinken
zijzullen tinken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal getinkt hebben
jijzult getinkt hebben
hijzal getinkt hebben
wijzullen getinkt hebben
julliezullen getinkt hebben
zijzullen getinkt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou tinken
jijzou tinken
hijzou tinken
wijzouden tinken
julliezouden tinken
zijzouden tinken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou getinkt hebben
jijzou getinkt hebben
hijzou getinkt hebben
wijzouden getinkt hebben
julliezouden getinkt hebben
zijzouden getinkt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijtink

Verbs similar to 'tinken'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "tinken"

English tink.

Additional Information