tanken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of tanken

The word "tanken" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: tanken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: tankend
Past participle - Verleden deelwoord: getankt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iktank
jijtankt
hijtankt
wijtanken
jullietanken
zijtanken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb getankt
jijhebt getankt
hijheeft getankt
wijhebben getankt
julliehebben getankt
zijhebben getankt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iktankte
jijtankte
hijtankte
wijtankten
jullietankten
zijtankten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad getankt
jijhad getankt
hijhad getankt
wijhadden getankt
julliehadden getankt
zijhadden getankt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal tanken
jijzult tanken
hijzal tanken
wijzullen tanken
julliezullen tanken
zijzullen tanken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal getankt hebben
jijzult getankt hebben
hijzal getankt hebben
wijzullen getankt hebben
julliezullen getankt hebben
zijzullen getankt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou tanken
jijzou tanken
hijzou tanken
wijzouden tanken
julliezouden tanken
zijzouden tanken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou getankt hebben
jijzou getankt hebben
hijzou getankt hebben
wijzouden getankt hebben
julliezouden getankt hebben
zijzouden getankt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijtank

Verbs similar to 'tanken'

Translations

  • fuel, to provide with fuel
  • gas, fill a vehicle's fuel tank
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From English tank. See: English 'tank'.

    Additional Information