surinamiseren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of surinamiseren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: surinamiseren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: surinamiserend
Past participle - Verleden deelwoord: gesurinamiseerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iksurinamiseer
jijsurinamiseert
hijsurinamiseert
wijsurinamiseren
julliesurinamiseren
zijsurinamiseren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gesurinamiseerd
jijhebt gesurinamiseerd
hijheeft gesurinamiseerd
wijhebben gesurinamiseerd
julliehebben gesurinamiseerd
zijhebben gesurinamiseerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iksurinamiseerde
jijsurinamiseerde
hijsurinamiseerde
wijsurinamiseerden
julliesurinamiseerden
zijsurinamiseerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gesurinamiseerd
jijhad gesurinamiseerd
hijhad gesurinamiseerd
wijhadden gesurinamiseerd
julliehadden gesurinamiseerd
zijhadden gesurinamiseerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal surinamiseren
jijzult surinamiseren
hijzal surinamiseren
wijzullen surinamiseren
julliezullen surinamiseren
zijzullen surinamiseren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gesurinamiseerd hebben
jijzult gesurinamiseerd hebben
hijzal gesurinamiseerd hebben
wijzullen gesurinamiseerd hebben
julliezullen gesurinamiseerd hebben
zijzullen gesurinamiseerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou surinamiseren
jijzou surinamiseren
hijzou surinamiseren
wijzouden surinamiseren
julliezouden surinamiseren
zijzouden surinamiseren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gesurinamiseerd hebben
jijzou gesurinamiseerd hebben
hijzou gesurinamiseerd hebben
wijzouden gesurinamiseerd hebben
julliezouden gesurinamiseerd hebben
zijzouden gesurinamiseerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijsurinamiseer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information