studeren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of studeren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: studeren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: studerend
Past participle - Verleden deelwoord: gestudeerd

Cognates

See the 4 cognates of studeren

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikstudeer
jijstudeert
hijstudeert
wijstuderen
julliestuderen
zijstuderen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gestudeerd
jijhebt gestudeerd
hijheeft gestudeerd
wijhebben gestudeerd
julliehebben gestudeerd
zijhebben gestudeerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikstudeerde
jijstudeerde
hijstudeerde
wijstudeerden
julliestudeerden
zijstudeerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gestudeerd
jijhad gestudeerd
hijhad gestudeerd
wijhadden gestudeerd
julliehadden gestudeerd
zijhadden gestudeerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal studeren
jijzult studeren
hijzal studeren
wijzullen studeren
julliezullen studeren
zijzullen studeren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gestudeerd hebben
jijzult gestudeerd hebben
hijzal gestudeerd hebben
wijzullen gestudeerd hebben
julliezullen gestudeerd hebben
zijzullen gestudeerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou studeren
jijzou studeren
hijzou studeren
wijzouden studeren
julliezouden studeren
zijzouden studeren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gestudeerd hebben
jijzou gestudeerd hebben
hijzou gestudeerd hebben
wijzouden gestudeerd hebben
julliezouden gestudeerd hebben
zijzouden gestudeerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijstudeer

Translations

  • learn, to be studying
  • study, to revise/review materials
  • study, to acquire knowledge
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    oefenen
    spelen
    blokken
    leren
    peinzen
    overwegen

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch studeren, from Latin studeō. See: Latin 'studeō'.

    Verbs referencing "studeren"

    Danish studere, Afrikaans studeer.

    Additional Information