strekken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of strekken

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: strekken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: strekkend
Past participle - Verleden deelwoord: gestrekt

Cognates

See the 4 cognates of strekken

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikstrek
jijstrekt
hijstrekt
wijstrekken
julliestrekken
zijstrekken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gestrekt
jijhebt gestrekt
hijheeft gestrekt
wijhebben gestrekt
julliehebben gestrekt
zijhebben gestrekt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikstrekte
jijstrekte
hijstrekte
wijstrekten
julliestrekten
zijstrekten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gestrekt
jijhad gestrekt
hijhad gestrekt
wijhadden gestrekt
julliehadden gestrekt
zijhadden gestrekt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal strekken
jijzult strekken
hijzal strekken
wijzullen strekken
julliezullen strekken
zijzullen strekken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gestrekt hebben
jijzult gestrekt hebben
hijzal gestrekt hebben
wijzullen gestrekt hebben
julliezullen gestrekt hebben
zijzullen gestrekt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou strekken
jijzou strekken
hijzou strekken
wijzouden strekken
julliezouden strekken
zijzouden strekken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gestrekt hebben
jijzou gestrekt hebben
hijzou gestrekt hebben
wijzouden gestrekt hebben
julliezouden gestrekt hebben
zijzouden gestrekt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijstrek

Translations

  • spread, to extend, stretch out (limbs etc)
  • stretch, to lengthen by pulling
  • stretch, to pull tight
  • stretch, to extend from limit to limit
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    reiken
    beslaan
    rekken
    uitrekken, spannen

    Sample Sentences

    • [...] op te hangen; zoodat, als men mijn kelder gezien had, men dien als een magazijn van allerlei noodwendigheden zou beschouwd hebben. Ik had alles zoo bij de hand, dat het mij tot een groot genoegen strekte, al mijne goederen in zoo goede orde te zien, en vooral, dat mijn voorraad zoo groot was. (Robinson Crusoe)
    • [...] niet zoo groot was, vond ik, toen ik aan de oostzijde kwam, een groot rif van klippen, dat zich ongeveer twee mijlen ver in zee uitstrekte, sommige waren boven water, andere blind; en achter deze strekte eene drooge zandbank zich nog eene mijl verder uit, zoodat ik verpligt was een groot eind in zee te steken, om deze kaap te omzeilen. (Robinson Crusoe)
    • [...] kan maken. Nu zag ik naar mijn eenzaam eiland uit, als naar de aangenaamste plaats der wereld, en het grootste geluk, waarnaar ik wenschen kon, was, dat ik daar maar weder zijn mogt. Verlangend strekte ik er de handen naar uit. " O, gelukkig oord, " zeide ik, " ik zal u nimmer wederzien ! Rampzalige, die ik ben, waar ga ik heen ? " Vervolgens verweet ik mijzelven mijne ondankbaarheid, en hoe ik [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] en hem in mijn kelder bragt, waar hij mijn knecht werd, en zoodra ik dien man verkregen had, zeide ik tot mijzelven: " Nu kan ik mij gerust naar het vaste land wagen; want deze man kan mij tot loods strekken, en zal mij zeggen wat ik doen moet en waar ik lijftogt kan bekomen, en waar ik niet gaan moet om niet verslonden te worden; in welke plaatsen ik mij wagen kan en welke ik ontwijken moet ! " Met [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch strecken, from Old Dutch *strecken, from Proto-West Germanic *strakkjan. Equivalent to strak (“straight, tight, tense”) + -en (“deadjectival”) and shows the effect of historical umlaut.

    Verbs referencing "strekken"

    English stretch, Esperanto streĉi, Afrikaans strek.

    Additional Information