stevenen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of stevenen

The word "stevenen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: stevenen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: stevenend
Past participle - Verleden deelwoord: gesteveend

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iksteveen
jijsteveent
hijsteveent
wijstevenen
julliestevenen
zijstevenen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gesteveend
jijhebt gesteveend
hijheeft gesteveend
wijhebben gesteveend
julliehebben gesteveend
zijhebben gesteveend

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iksteveende
jijsteveende
hijsteveende
wijsteveenden
julliesteveenden
zijsteveenden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gesteveend
jijhad gesteveend
hijhad gesteveend
wijhadden gesteveend
julliehadden gesteveend
zijhadden gesteveend

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal stevenen
jijzult stevenen
hijzal stevenen
wijzullen stevenen
julliezullen stevenen
zijzullen stevenen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gesteveend hebben
jijzult gesteveend hebben
hijzal gesteveend hebben
wijzullen gesteveend hebben
julliezullen gesteveend hebben
zijzullen gesteveend hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou stevenen
jijzou stevenen
hijzou stevenen
wijzouden stevenen
julliezouden stevenen
zijzouden stevenen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gesteveend hebben
jijzou gesteveend hebben
hijzou gesteveend hebben
wijzouden gesteveend hebben
julliezouden gesteveend hebben
zijzouden gesteveend hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijsteveen

Verbs similar to 'stevenen'

Translations

  • steeve, To project upward
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From steven (“part of a ship's deck”) + -en.

    Additional Information