stelen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of stelen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: stelen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: stelend
Past participle - Verleden deelwoord: gestolen

Cognates

See the 9 cognates of stelen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iksteel
jijsteelt
hijsteelt
wijstelen
julliestelen
zijstelen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gestolen
jijhebt gestolen
hijheeft gestolen
wijhebben gestolen
julliehebben gestolen
zijhebben gestolen

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikstal
jijstal
hijstal
wijstalen
julliestalen
zijstalen

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gestolen
jijhad gestolen
hijhad gestolen
wijhadden gestolen
julliehadden gestolen
zijhadden gestolen

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal stelen
jijzult stelen
hijzal stelen
wijzullen stelen
julliezullen stelen
zijzullen stelen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gestolen hebben
jijzult gestolen hebben
hijzal gestolen hebben
wijzullen gestolen hebben
julliezullen gestolen hebben
zijzullen gestolen hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou stelen
jijzou stelen
hijzou stelen
wijzouden stelen
julliezouden stelen
zijzouden stelen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gestolen hebben
jijzou gestolen hebben
hijzou gestolen hebben
wijzouden gestolen hebben
julliezouden gestolen hebben
zijzouden gestolen hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijsteel

Translations

  • abstract, to steal
  • boost, to steal
  • filch, to steal
  • lift, to steal
  • pickpocket, to steal
  • pilfer, to steal in small quantities
  • pinch, to steal
  • secrete, to steal
  • snatch, to steal
  • steal, to steal
  • steal, to illegally take possession of
  • steal, to draw attention
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    jatten
    ontvreemden, pikken, roven, verdonkeremanen, wegnemen

    Sample Sentences

    • [...] zij mijne boot gevonden zouden hebben, en in dat geval in groot aantal terugkomen, om mij op te eten; en al vonden zij mij niet, zouden zij toch mijne heining en al mijn graan vernielen, mijne kudde stelen, en ik zou ten laatste van honger moeten omkomen. (Robinson Crusoe)

    Etymology

    1. Etymology tree
    2. Proto-Germanic *stelaną
    3. Proto-West Germanic *stelan
    4. Old Dutch *stelan
    5. Middle Dutch stelen
    6. Dutch stelen
    7. Inherited from Middle Dutch stelen, from Old Dutch *stelan, from Proto-West Germanic *stelan, from Proto-Germanic *stelaną.

    Verbs referencing "stelen"

    English steal.

    Additional Information