spinnen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of spinnen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: spinnen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: spinnend
Past participle - Verleden deelwoord: gesponnen

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikspin
jijspint
hijspint
wijspinnen
julliespinnen
zijspinnen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gesponnen
jijhebt gesponnen
hijheeft gesponnen
wijhebben gesponnen
julliehebben gesponnen
zijhebben gesponnen

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikspon
jijspon
hijspon
wijsponnen
julliesponnen
zijsponnen

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gesponnen
jijhad gesponnen
hijhad gesponnen
wijhadden gesponnen
julliehadden gesponnen
zijhadden gesponnen

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal spinnen
jijzult spinnen
hijzal spinnen
wijzullen spinnen
julliezullen spinnen
zijzullen spinnen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gesponnen hebben
jijzult gesponnen hebben
hijzal gesponnen hebben
wijzullen gesponnen hebben
julliezullen gesponnen hebben
zijzullen gesponnen hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou spinnen
jijzou spinnen
hijzou spinnen
wijzouden spinnen
julliezouden spinnen
zijzouden spinnen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gesponnen hebben
jijzou gesponnen hebben
hijzou gesponnen hebben
wijzouden gesponnen hebben
julliezouden gesponnen hebben
zijzouden gesponnen hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijspin

Translations

  • spin, to make yarn
  • spin, to present a bias
  • spin, to make ball move sideways
  • purr, cat to make a vibrating sound in its throat
  • spindle, make into a long tapered shape
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    snorren
    brommen, suizen, zoemen
    vlassen
    hopen, verlangen

    Sample Sentences

    • [...] noodig had, had ik niets, ik bedoel, fijn dun linnen of gaas. Maanden lang wist ik niet wat hieraan te doen; ik had geen ander linnen dan eenige lappen. Ik had wel geitenhaar, maar wist niet hoe dit gesponnen of geweven moest worden, en al had ik het geweten, dan had ik er geen gereedschap toe. Eindelijk echter bedacht ik, dat ik onder de matrozenkleederen, die ik uit het schip gered had, eenige [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch spinnen, from Old Dutch *spinnan, from Proto-West Germanic *spinnan, from Proto-Germanic *spinnaną. See: Middle Dutch 'spinnen', Proto-Germanic '*spinnaną'.

    Verbs referencing "spinnen"

    Bavarian spinna, Faroese spinna, Icelandic spinna, Swedish spinna, Luxembourgish spannen, German, old spelling spinnen.

    Additional Information