zoemen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of zoemen

The word "zoemen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: zoemen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: zoemend
Past participle - Verleden deelwoord: gezoemd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikzoem
jijzoemt
hijzoemt
wijzoemen
julliezoemen
zijzoemen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gezoemd
jijhebt gezoemd
hijheeft gezoemd
wijhebben gezoemd
julliehebben gezoemd
zijhebben gezoemd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikzoemde
jijzoemde
hijzoemde
wijzoemden
julliezoemden
zijzoemden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gezoemd
jijhad gezoemd
hijhad gezoemd
wijhadden gezoemd
julliehadden gezoemd
zijhadden gezoemd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal zoemen
jijzult zoemen
hijzal zoemen
wijzullen zoemen
julliezullen zoemen
zijzullen zoemen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gezoemd hebben
jijzult gezoemd hebben
hijzal gezoemd hebben
wijzullen gezoemd hebben
julliezullen gezoemd hebben
zijzullen gezoemd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou zoemen
jijzou zoemen
hijzou zoemen
wijzouden zoemen
julliezouden zoemen
zijzouden zoemen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gezoemd hebben
jijzou gezoemd hebben
hijzou gezoemd hebben
wijzouden gezoemd hebben
julliezouden gezoemd hebben
zijzouden gezoemd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijzoem

Translations

  • buzz, to make a low, continuous, humming or sibilant sound
  • hum, to drone like certain insects naturally do in motion
  • whirr, To move or vibrate (something) with a buzzing sound
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Onomatopoeic, perhaps borrowed from German summen. See: German, old spelling 'summen'.

    Verbs referencing "zoemen"

    German, old spelling summen.

    Additional Information