spenen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of spenen

The word "spenen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: spenen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: spenend
Past participle - Verleden deelwoord: gespeend

Cognates

See the 3 cognates of spenen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikspeen
jijspeent
hijspeent
wijspenen
julliespenen
zijspenen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gespeend
jijhebt gespeend
hijheeft gespeend
wijhebben gespeend
julliehebben gespeend
zijhebben gespeend

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikspeende
jijspeende
hijspeende
wijspeenden
julliespeenden
zijspeenden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gespeend
jijhad gespeend
hijhad gespeend
wijhadden gespeend
julliehadden gespeend
zijhadden gespeend

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal spenen
jijzult spenen
hijzal spenen
wijzullen spenen
julliezullen spenen
zijzullen spenen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gespeend hebben
jijzult gespeend hebben
hijzal gespeend hebben
wijzullen gespeend hebben
julliezullen gespeend hebben
zijzullen gespeend hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou spenen
jijzou spenen
hijzou spenen
wijzouden spenen
julliezouden spenen
zijzouden spenen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gespeend hebben
jijzou gespeend hebben
hijzou gespeend hebben
wijzouden gespeend hebben
julliezouden gespeend hebben
zijzouden gespeend hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijspeen

Verbs similar to 'spenen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From Middle Dutch spenen, spanen, from Old Dutch *spennen, *spanōn, from Proto-West Germanic *spanōn, *spannjan, from Proto-Germanic *spanōną, *spanjaną (“to wean”), from Proto-Germanic *spanō, *spenô (“teat, nipple”); equivalent to speen + -en. Cognate with Middle Low German spenen, spānen, spōnen (“to wean”), Middle High German spenen (“to wean”), Middle English spanen (whence English spane, spean (“to wean”)). See: Middle High German 'spenen', English 'spane'.

Verbs referencing "spenen"

English spane.

Additional Information