Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: sneaken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: sneakend
Past participle - Verleden deelwoord: gesneakt
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | sneak |
| jij | sneakt |
| hij | sneakt |
| wij | sneaken |
| jullie | sneaken |
| zij | sneaken |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb gesneakt |
| jij | hebt gesneakt |
| hij | heeft gesneakt |
| wij | hebben gesneakt |
| jullie | hebben gesneakt |
| zij | hebben gesneakt |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | sneakte |
| jij | sneakte |
| hij | sneakte |
| wij | sneakten |
| jullie | sneakten |
| zij | sneakten |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had gesneakt |
| jij | had gesneakt |
| hij | had gesneakt |
| wij | hadden gesneakt |
| jullie | hadden gesneakt |
| zij | hadden gesneakt |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal sneaken |
| jij | zult sneaken |
| hij | zal sneaken |
| wij | zullen sneaken |
| jullie | zullen sneaken |
| zij | zullen sneaken |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal gesneakt hebben |
| jij | zult gesneakt hebben |
| hij | zal gesneakt hebben |
| wij | zullen gesneakt hebben |
| jullie | zullen gesneakt hebben |
| zij | zullen gesneakt hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou sneaken |
| jij | zou sneaken |
| hij | zou sneaken |
| wij | zouden sneaken |
| jullie | zouden sneaken |
| zij | zouden sneaken |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou gesneakt hebben |
| jij | zou gesneakt hebben |
| hij | zou gesneakt hebben |
| wij | zouden gesneakt hebben |
| jullie | zouden gesneakt hebben |
| zij | zouden gesneakt hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'sneaken'
aanboeken,
aaneenkoeken,
aangrinniken,
aanharken,
aanjanken,
aanjuichen,
aankalken,
aanlijken,
aanlonken,
aanmerken,
aanreiken,
aanstuiken,
aanvonken,
aanwenken,
aanwerken,
afchecken,
afdanken,
afharken,
afkalken,
afkicken, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'sneaken'
Translations
Synonyms & Antonyms
Sample Sentences
-
Daarom maakt Ceesje zich nu heel breed om de bijna failliete kruidenier nog een stevige poot uit te draaien. Hij moet nog wat afbetalen en wil dus een diamanten handdruk. Ik was in zijn geval met een grote AH-diepvriestas over mijn hoofd de winkel uitgesneakt. Na zo'n debacle durfde ik geen dubbeltje meer te eisen. (That's why Ceesje is now acting like the big man to try and extract some more money from the nearly bankrupt supermarket chain. He still had some down payments to make so he wanted a golden handshake. In his shoes, I would have sneaked out of the store with a big AH-branded insulated bag over my head. After such a debacle I wouldn't dare to claim even a dime.) [2012, Youp van 't Hek, Liegangst, De Bezige Bij, →ISBN, page 99:]
-
Dáárom was ze afgelopen vrijdagavond op de kerstborrel ertussenuit gesneakt, terwijl iedereen tot diep in de nacht was gebleven, zo begreep ze van Susans sms'je. Het voelde alsof ze niet alleen deze kerstborrel, maar haar leven was uit gesneakt. (That's why she slipped out friday night from the Christmas reception, while everyone stayed until deep into the night, as she gathered from Susan's text. It felt like she didn't just slip out of this reception, but out of her whole life.) [2013, Kluun, Klunen, Podium, →ISBN, page 68:]
-
En wie zegt er dat die vent via de gewone route het hotel heeft verlaten? Voor hetzelfde geld is hij via de brandtrap naar buiten gesneakt. (And who says that guy left the hotel through the usual route? For all we know he snuck out using the fire escape.) [2014, Suzanne Vermeer, Goudkust, A.W. Bruna, →ISBN, page 96:]
Etymology
From English sneak. See: English '
sneak'.
Additional Information