reserveren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of reserveren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: reserveren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: reserverend
Past participle - Verleden deelwoord: gereserveerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikreserveer
jijreserveert
hijreserveert
wijreserveren
julliereserveren
zijreserveren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gereserveerd
jijhebt gereserveerd
hijheeft gereserveerd
wijhebben gereserveerd
julliehebben gereserveerd
zijhebben gereserveerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikreserveerde
jijreserveerde
hijreserveerde
wijreserveerden
julliereserveerden
zijreserveerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gereserveerd
jijhad gereserveerd
hijhad gereserveerd
wijhadden gereserveerd
julliehadden gereserveerd
zijhadden gereserveerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal reserveren
jijzult reserveren
hijzal reserveren
wijzullen reserveren
julliezullen reserveren
zijzullen reserveren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gereserveerd hebben
jijzult gereserveerd hebben
hijzal gereserveerd hebben
wijzullen gereserveerd hebben
julliezullen gereserveerd hebben
zijzullen gereserveerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou reserveren
jijzou reserveren
hijzou reserveren
wijzouden reserveren
julliezouden reserveren
zijzouden reserveren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gereserveerd hebben
jijzou gereserveerd hebben
hijzou gereserveerd hebben
wijzouden gereserveerd hebben
julliezouden gereserveerd hebben
zijzouden gereserveerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijreserveer

Translations

  • reserve, to keep back; to retain
  • reserve, to keep in store for future or special use
  • reserve, to book in advance
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    bedingen
    voorbehouden
    bespreken
    boeken

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch reserveren, from Old French reserver, from Latin reservō. See: Latin 'reservō'.

    Additional Information