relaxen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of relaxen

The word "relaxen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: relaxen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: relaxend
Past participle - Verleden deelwoord: gerelaaxd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikrelaax
jijrelaaxt
hijrelaaxt
wijrelaxen
jullierelaxen
zijrelaxen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gerelaaxd
jijhebt gerelaaxd
hijheeft gerelaaxd
wijhebben gerelaaxd
julliehebben gerelaaxd
zijhebben gerelaaxd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikrelaaxde
jijrelaaxde
hijrelaaxde
wijrelaaxden
jullierelaaxden
zijrelaaxden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gerelaaxd
jijhad gerelaaxd
hijhad gerelaaxd
wijhadden gerelaaxd
julliehadden gerelaaxd
zijhadden gerelaaxd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal relaxen
jijzult relaxen
hijzal relaxen
wijzullen relaxen
julliezullen relaxen
zijzullen relaxen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gerelaaxd hebben
jijzult gerelaaxd hebben
hijzal gerelaaxd hebben
wijzullen gerelaaxd hebben
julliezullen gerelaaxd hebben
zijzullen gerelaaxd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou relaxen
jijzou relaxen
hijzou relaxen
wijzouden relaxen
julliezouden relaxen
zijzouden relaxen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gerelaaxd hebben
jijzou gerelaaxd hebben
hijzou gerelaaxd hebben
wijzouden gerelaaxd hebben
julliezouden gerelaaxd hebben
zijzouden gerelaaxd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijrelaax

Verbs similar to 'relaxen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From English relax. See: English 'relax'.

Additional Information