raspen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of raspen

The word "raspen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: raspen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: raspend
Past participle - Verleden deelwoord: geraspt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikrasp
jijraspt
hijraspt
wijraspen
jullieraspen
zijraspen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geraspt
jijhebt geraspt
hijheeft geraspt
wijhebben geraspt
julliehebben geraspt
zijhebben geraspt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikraspte
jijraspte
hijraspte
wijraspten
jullieraspten
zijraspten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geraspt
jijhad geraspt
hijhad geraspt
wijhadden geraspt
julliehadden geraspt
zijhadden geraspt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal raspen
jijzult raspen
hijzal raspen
wijzullen raspen
julliezullen raspen
zijzullen raspen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geraspt hebben
jijzult geraspt hebben
hijzal geraspt hebben
wijzullen geraspt hebben
julliezullen geraspt hebben
zijzullen geraspt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou raspen
jijzou raspen
hijzou raspen
wijzouden raspen
julliezouden raspen
zijzouden raspen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geraspt hebben
jijzou geraspt hebben
hijzou geraspt hebben
wijzouden geraspt hebben
julliezouden geraspt hebben
zijzouden geraspt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijrasp

Verbs similar to 'raspen'

Translations

  • grate, cooking: to shred by rubbing
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    16th century, from rasp + -en.

    Verbs referencing "raspen"

    Esperanto raspi, German, old spelling raspeln.

    Additional Information