rangeren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of rangeren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: rangeren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: rangerend
Past participle - Verleden deelwoord: gerangeerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikrangeer
jijrangeert
hijrangeert
wijrangeren
jullierangeren
zijrangeren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gerangeerd
jijhebt gerangeerd
hijheeft gerangeerd
wijhebben gerangeerd
julliehebben gerangeerd
zijhebben gerangeerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikrangeerde
jijrangeerde
hijrangeerde
wijrangeerden
jullierangeerden
zijrangeerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gerangeerd
jijhad gerangeerd
hijhad gerangeerd
wijhadden gerangeerd
julliehadden gerangeerd
zijhadden gerangeerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal rangeren
jijzult rangeren
hijzal rangeren
wijzullen rangeren
julliezullen rangeren
zijzullen rangeren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gerangeerd hebben
jijzult gerangeerd hebben
hijzal gerangeerd hebben
wijzullen gerangeerd hebben
julliezullen gerangeerd hebben
zijzullen gerangeerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou rangeren
jijzou rangeren
hijzou rangeren
wijzouden rangeren
julliezouden rangeren
zijzouden rangeren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gerangeerd hebben
jijzou gerangeerd hebben
hijzou gerangeerd hebben
wijzouden gerangeerd hebben
julliezouden gerangeerd hebben
zijzouden gerangeerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijrangeer

Translations

  • shunt, to move a train or carriages
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • achter mij hoorde ik op korten afstand een schelle fluit, keek om en had juist den tijd om voor een locomotief uit den weg te springen, die daar aan 't rangeeren was van waggons. [1872, Jérome Alexandre Sillem, “Bibliographisch album”, in De Gids, volume 36, page 348:]

    Etymology

    Borrowed from French ranger. The railway sense may derive from German rangieren. See: French 'ranger', German, old spelling 'rangieren'.

    Additional Information