raketsen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of raketsen

The word "raketsen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: raketsen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: raketsend
Past participle - Verleden deelwoord: geraketst

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikrakets
jijraketst
hijraketst
wijraketsen
jullieraketsen
zijraketsen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geraketst
jijhebt geraketst
hijheeft geraketst
wijhebben geraketst
julliehebben geraketst
zijhebben geraketst

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikraketste
jijraketste
hijraketste
wijraketsten
jullieraketsten
zijraketsten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geraketst
jijhad geraketst
hijhad geraketst
wijhadden geraketst
julliehadden geraketst
zijhadden geraketst

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal raketsen
jijzult raketsen
hijzal raketsen
wijzullen raketsen
julliezullen raketsen
zijzullen raketsen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geraketst hebben
jijzult geraketst hebben
hijzal geraketst hebben
wijzullen geraketst hebben
julliezullen geraketst hebben
zijzullen geraketst hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou raketsen
jijzou raketsen
hijzou raketsen
wijzouden raketsen
julliezouden raketsen
zijzouden raketsen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geraketst hebben
jijzou geraketst hebben
hijzou geraketst hebben
wijzouden geraketst hebben
julliezouden geraketst hebben
zijzouden geraketst hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijrakets

Verbs similar to 'raketsen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "raketsen"

English racket.

Additional Information